|
Tussen de 6 maanden en 2.5 jaar verschijnen bij kinderen de tanden van het melkgebit. Het volledige melkgebit bestaat uit 20 tanden. Tussen de 7 en de 12 jaar worden de melktanden geleidelijk aan vervangen door een blijvend gebit dat uit 32 tanden bestaat.
Het blijvend gebit bestaat uit snijtanden, hoektanden en kiezen. De snijtanden zitten vooraan in de mond en hebben een beitelvormige bouw. Ze dienen om stukjes voedsel mee af te bijten. Er zitten er 4 in de onderkaak en vier in de bovenkaak. De hoektanden bevinden zich in elke keek achter de snijtanden en hebben een scherpe punt. Ze zijn vooral nuttig bij het doorpriemen van harder voedsel zoals vlees. Achter de hoektanden bevinden zich de kiezen, ze hebben een kauwvlak met vele knobbeltjes en dienen om het voedsel mee fijn te malen, daarom worden ze ook maaltanden genoemd.
Het deel van de tand dat in de mond zichtbaar is wordt de tandkroon genoemd, het deel dat in de kaak zit is de wortel. De tanden bestaan uit een groot gedeelte uit tandbeen (2), dit is een beenachtige stof die veel kalk bevat. De kroon is volledig bedekt met een laag blinkend glazuur (1) die als een kap over de tand zit. Dit glazuur is de hardste stof die in ons lichaam voorkomt. Binnen elke tand is een holte, de tandholte (3), die gevuld is met tandmerg, een geleiachtige stof die zenuwen en bloedbanen bevat. De bloedvaten vervoeren voedingsstoffen die ervoor zorgen dat de tand in leven blijft, de zenuwen vertakken zich in het tandbeen en je kunt ermee voelen of spijzen warm of koud zijn. Als de zenuwen in het tandmerg ontstoken zijn heb je tandpijn. Verder zie je nog het tandvlees (4), vezels (5) en het kaakbeen (6).
Tandbederf wordt veroorzaakt door 3 redenen: bacteriën die etensresten in de mond doen verzuren, etensresten zelf die zuur worden, teveel zuurstoten door suiker en zoetigheid. Bij het eten en drinken vormt zich een plakkerig wit laagje op de tanden. In deze tandplaque zitten bacteriën. Tijdens een zuurstoot zetten de bacteriën de voedingssuikers om in zuren, en deze zuren tasten het tandglazuur aan. Wanneer we veel snoepen ontstaat er tandbederf of cariës. Ook de frequentie van het snoepen is belangrijk, voor de tanden is het minder schadelijk een reep chocolade in één keer op te eten dan ze te verdelen in verschillende kleine stukjes en ze in de loop van de dag te verorberen. Na het snoepen verzuurt de mond en heeft zo’n anderhalf uur nodig om zich te herstellen, wanneer we dus elk uur een snoepje eten kan de zuurtegraad in de mond zich niet herstellen en hebben we meer kans op tandbederf, vandaar dat frisdranken die vaak een hele dag door gedronken worden zo schadelijk voor de tanden zijn. Ga ook maar eens na welke voedingsproducten er suiker bevatten en je zal versteld staan. Tegen bacteriën kunnen we echter niets aanvangen, ze zijn niet weg te krijgen uit de mond, maar tegen etensresten en teveel snoepgoed is wel iets te doen: poetsen en minder snoepen.
Maar zo simpel is het niet. Na het gebruik aan voedsel dat rijk is aan suiker (snoep, confituur, choco, gebak, honing,…) is het aangewezen de tanden te poetsen. Maar ook zure dranken en spijzen (fruit, fruitsap, karnemelk, azijn, frisdrank, wijn,…) zijn riskant, ze losen telkens wat tandglazuur op, en als men erna gaat poetsen wordt een laagje tandglazuur weggepoetst. Na het nuttigen van zure dingen kan men dus beter de tanden niet poetsen! Dit wil echter niet zeggen dat je je tanden niet meer hoeft te poetsen, hoe vreemd het ook klinkt, in dit geval is het beter de tanden te poetsen voor het eten of drinken, achteraf kan men wel spoelen met wat water. In verband met zure voedingswaren spreekt men van tanderosie ipv cariës, dat ook kan veroorzaakt worden door overgeven, maagbreuk of oprispingen.
Volgens statistieken zou 90% van de bevolking tandvleesproblemen hebben, tandplak is daarvan de voornaamste oorzaak. Tandplak is een kleverige laag die zich na elke maaltijd op de vastzet en die bestaat uit bacteriën, suikers en glycoproteïnen uit speeksel. Deze laag bevat toxische stoffen die tot tandvleesontsteking kunnen leiden. Bovendien kan het tandvlees zich op termijn beginnen terugtrekken, kunnen de tandhalzen komen bloot te liggen en komen tanden en kiezen stilaan los te zitten. Onbehandelde tandvleesontsteking kan leiden tot afbraak van het parodontaal ligament en zich uitbreiden tot het kaakbot. Op tandplak kunnen calciumfosfaten uit het speeksel neerslaan en tandsteen vormen dat steeds bedekt is met tandplaque en tandvleesontsteking blijft veroorzaken. Tandsteen kan met niet verwijderen met poetsen.
De beste bescherming tegen tandcariës is gezond speeksel. Vermijd het gebruik van suikerrijke producten, de verklaring waarom primitieve volkeren nauwelijks last hadden van tandbederf ligt aan de voeding. Het gebrek aan vitaminen en mineralen verzwakt het organisme en verstoort het mineralisatieproces.
Tracht je tot 3 maaltijden per dag te beperken zonder tussendoortjes. Vermijd frisdranken als dorstlesser. Rauwkost en vezels in de voeding geven een natuurlijke reiniging van het gebit. De tandenborstel kan een nest aan bacteriën zijn, vervang hem daarom en reinig hem regelmatig door hem in een ontsmettende oplossing te steken (bv colloïdaal zilver). Zorg voor een goed zuur/base-evenwicht, anders zal het lichaam calcium uit het gebit en het skelet halen. Een goede mondhygiëne en een tweejaarlijks bezoek aan de tandarts blijven de beste methode om de mond gezond te houden.
Ook voor een slecht ruikende adem zijn verschillende oorzaken. Eén oorzaak van een slecht ruikende adem is onvoldoende mondverzorging: tandplaque, tandvleesontsteking, cariës, beslag op de tong, tumoren in mond- of keelholte. Anaerobe bacteriën in de tong en keel produceren zwavelhoudende stoffen die de adem slecht doen ruiken. Slokdarmdivertikels (uitstulpingen in de spierwand van de slokdarm) waar zich voedselresten kunnen nestelen die gaan rotten kunnen een andere oorzaak zijn. Een slecht sluitende maagklep waardoor geuren uit de maag opstijgen. Geurafgevende stoffen in voedingsmiddelen of dranken (ajuin, look, bier, …) worden door het bloed opgenomen via de longen uitgescheiden. Ook koffie, zuivelproducten en suiker kunnen het probleem verergeren. Ziekten als diabetes, levercirrhose en een slechte spijsvertering geven die de longen geuren af. Roken en bepaalde infecties zoals spruw, keelontsteking, ontsteking van de amandelen, sinusitis, rhinitis zorgen voor een onfrisse adem, net als bepaalde medicijnen zoals disulfiram, antibiotica of de pil. En uiteraard ook longproblemen zoals abcessen of tumoren. Doe iets aan constipatie: bij elke maaltijd hoort een stoelgang. Ook hier kunnen geurafgevende stoffen door het bloed worden opgenomen en uitgeademd. Een slecht zuur/basenevenwicht in de voeding: het teveel aan zuren wordt in het bindweefsel opgeslagen en ’s nachts geëlimineerd en uitgescheiden door de nieren en de longen. In het klassieke voedingspatroon heeft men echter altijd een zuuroverschot. Ook onvoldoende opname van koolhydraten door afslankingskuren, vastenkuren kunnen leiden tot een slechte adem.
Tip neem extra magnesium als u veel kaas eet, of melk drinkt, u krijgt dan teveel calcium binnen waardoor de hardheid van het bot minder wordt, magnesium maakt het bot of de tanden weer harder.
|