|
Voor velen een bron van ergernis, voor mij een plant met uitzonderlijke waarde: de Urtica dioica of in mensentaal: de brandnetel.
De naam ‘Urtica’ kom van het latijnse ‘uro’ of ‘ik brand’ en ‘dioica’ of ‘twee huizen’, wat verwijst naar de scheiding van de mannelijke en vrouwelijke planten. De Nederlandse naam is afkomstig uit het Angelsaksisch en afgeleid van het woord ‘noedl’ of ‘naald’.
De brandnetel is een overblijvende plant met ronde, kruipende wortelstokken. De stengel is vierkant en net als de bladeren bezet met brandharen. De planten zijn tweehuizig, wat betekent dat er planten zijn met alleen vrouwelijke bloemen en planten met alleen mannelijke bloemen. De brandnetel is een windbestuiver.
De brandnetel groeit graag op stikstofrijke en humushoudende grond en vaak op halfbeschaduwde plaatsen. Hij is dan ook vaak te vinden op afvalplaatsen of vervallen bouwplaatsen. Eenmaal hij in je tuin staat is hij nog moeilijk weg te krijgen omdat al zeer snel nieuw zaad gevormd wordt en de wortelstokken zich onder de grond verspreiden.
De brandnetel is zo nuttig dat hij, wanneer hij niet zou ‘prikken’, hij al lang was uitgestorven. De plant bevat: bitterstof, looistoffen, slijmstoffen, weinig etherische olie, veel vitamine C en ijzer, betacaroteen, kalium, calcium, mangaan, silicium en voedingsvezels, en is met deze kwaliteiten een zeer voedzame plant. De brandnetel is bloedzuiverend en is zeer nuttig bij jicht, hij helpt ook bij allergische aandoeningen zoals hooikoorts en astma en bij huidaandoeningen zoals eczeem. Bij erge menstruatie helpt het zware bloedingen te verlichten en de wortel is nuttig bij prostaatvergroting. Door de aanwezigheid van ijzer en vitamine C is het een zeer nuttige plant bij bloedarmoede.
Behalve in de vorm van thee kan men de jonge brandneteltoppen klaarmaken zoals spinazie en worden ze niet zelden in soep verwerkt.
|